Kunst als instrument voor de ziel. Meditatie in West-Europa, 1450-1650.

Vanwalleghem bestudeert de overgangsperiode tussen middeleeuwen en moderne tijd op het vlak van religieuze kunst. De auteur kijkt hierbij verder dan de esthetische kwaliteiten van de kunstwerken en zoekt naar de diepe, devotionele betekenis ervan. Het is een periode waarin de kunstenaars emoties willen oproepen en zelfs tot actie (boetedoening, vasten, zelfs flagellatie) willen aansporen. Hun kunst moet de ziel helpen verlossen. Het boek is een kunstboek, maar eigenlijk veel meer nog een soort geschiedenis van de spiritualiteit: hoe functioneerden beelden als instrumenten van de genade (b.v. het aflaatgebed functioneerde alleen als het precies werd gereciteerd). De focus ligt over het algemeen op de elitecultuur (burgerij en adel). De auteur wil vooral dat we kijken vermoed ik, veeleer dan lezen; vandaar de talrijke (detail)illustraties. Het illustratiemateriaal beperkt zich helaas tot de privécollectie van de auteur, waardoor vele cruciale beelden uit zicht blijven. De auteur is goed op de hoogte van de religieuze cultuur in de besproken periode, maar laat zich toch verleiden tot een vergelijking met de extase in de platoische meditatie, terwijl het christendom over heel eigen jargon beschikt (p. 210). Geregeld verrast de auteur met rijke analyses van de beeldcultuur, zoals het schilderij van Hiëronymus (p. 21) en dat is een absoluut pluspunt. (HG)²

A. VANWALLEGHEM, Kunst als instrument voor de ziel. Meditatie in West-Europa, 1450-1650., Bussum (Uitgeverij Toth), 2025
34.95 EUR